zondag 3 januari 2010

Voornemens

Een persoon van de goede voornemens ben ik niet meer. Tot nu toe heb ik elk jaar goede voornemens gehad. Ze varieerde van: gelukkig zijn (hoe standaard), minder snoepen, meer bewegen, meer mannen verslinden dan het jaar ervoor, een grote liefde vinden, 4 dingen doen die ik altijd al had willen doen, meer nee zeggen en zo kan ik nog wel een hele tijd door gaan.

Maar zo door de jaren heen merkte ik dat het geen zin heeft al die voornemens. Mensen zeggen dat ze gaan stoppen met roken maar dat gebeurd toch niet. Ze vallen snel in hun oude gewoontes en waar zijn dan opeens die goede voornemens? Juist ja “vergeten” omdat het hun toch zo beter uitkomt. Nog zo een leuke is afvallen (ja die heb ik zelf ook gehad hoor) Dat is nog een van de stomste om te hebben. Waarom zou je je op 31 december helemaal rond eten aan oliebollen, appelflappen, vette kaasjes, noten, iets teveel aan de dik makende wijn nippen en ach wat maakt die ene extra toastje met kip kerrie nou nog uit voor dit jaar? En vervolgens 3 uur later als het twaalf uur is geweest ben je opeens gestopt met het vol vreten en ben je op dieet. Hoe tegenstrijdig is dat? Vervolgens hebben ze op 1 Januari rond een uurtje of 3 zo een honger omdat al het eten van de vorige avond eindelijk verteerd is ze weer keihard vervallen in het patroon van: Ach 1 extra boterham met hagelslag maakt ook niet uit, toch? Afvallen moet je doen als je daar aan toe bent, als je je hersens zo kan sturen dat je eten niet nodig hebt om je “beter” te voelen. Je moet eten gaan ervaren als een van de vele dingen op een dag, niet als een obsessie. Afvallen moet je dan ook in mijn ogen pas doen als je je hier aan kan gaan meten en niet als goed voornemen beschouwen. Goede voornemens zijn er om te breken, blijkt!


Ook ikzelf heb het ervaren door de jaren. Ik zit nu wel wijze woorden op iedereen af te vuren maar ik ben er ook zo een geweest. Ik had ze ook en streefde ze ook een paar dagen na. Maar als snel ga je je het nut ervan afvragen. Waarom zou het op 1Januari wel lukken als het mij vorig jaar November ook niet lukte? Wat is er dan opeens zo anders aan het nieuwe jaar dan het jaartje daarvoor? Ik kwam tot de conclusie: Helemaal niks, behalve de het getal dan.

Ik wil niet meer een persoon zijn die mij daar aan moet gaan meten. Gelukkig zijn doe en maak je jezelf. Dat heb je godzijdank helemaal zelf in de hand, Liefdes komen vanzelf je pad wel op want ernaar zoeken heeft absoluut geen zin. Minder snoepen zit toch niet in mijn aard. Ik noem het liever: snoepen met mate. Bewegen doe ik nu omdat ik het leuk vind, niet omdat ik het voel als iets dat moet. Leven doe ik eigenlijk al een hele tijd zoals ik dat graag zou willen en doe ik dus de dingen die ik wil doen. Voornemens zijn dus voor mij nutteloos en bovendien streef ik er ook niet graag naar. Want juist door het gevoel van streven gebeurd het niet, ze komen simpel weg niet uit. Nee ik ga dit jaar liever in met een open blik. Ik weet dat mij veel te wachten staat. Zowel op persoonlijk gebied als op het gebied van fotografie. Het is natuurlijk makkelijk en veilig hier wat goede voornemens op los te schieten maar ik weet van binnen dat het mij niet anders de dingen laat zien of laat gebeuren dan zou moeten. Ik wil het ook nog niet allemaal weten. Het niet weten zorgt juist voor nieuwe inzichten en nieuwe ontwikkelingen en ik denk dat dat veel beter voor de mens is.

Ik zal een hoop gaan leren in 2010. Ik zal moeten leren mijzelf beter te uiten op persoonlijk vlak maar ik ga ook leren beter te fotograferen. Dit zijn geen dingen waar je vooraf teveel over moet speculeren. Het gebeurd zoals het moet gebeuren en zoals iemand laatst tegen mij zij: Anne alles gebeurd met een reden, bega die weg gewoon stapje voor stapje en ik weet zeker dat alles gewoon op zijn plek komt te vallen. Dat waren voor mij de beste woorden uit 2009.


Voor de mensen die dan echt zo nodig aan de goeie voornemens wilt houden omdat ze toch een beetje houvast moeten hebben voor 2010, zal ik aanraden dit goeie voornemen te hanteren: Mijn goeie voornemen is dat mijn persoonlijkheid open staat voor goede voornemens...


Dit jaar was ik met oudjaar thuis. Ik heb heerlijk een dutje liggen doen van 5 tot 8 en heb mij daarna leuk omgekleed voor mijn stap avontuur later die nacht. Toen ik daar klaar mee was ben ik mijn bed weer ingedoken en heb ik Guido Weijers zijn oudjaarsconference aangezet. Heerlijk die humor zo op een avond. Mijn moeder had samen met haar vriend wat vrienden uitgenodigd voor een spelavond. Ik vond het een leuk idee van haar. Lekker wat lachen met zijn alle. Na Guido was het al bijna 00:00, tijd voor champagne. De glazen rolde de kast uit en de kurk werd van de fles geschoten toen de verlossende vraag naar mij toe werd gevuurd: “En Anne wat zijn jou goede voornemens?” vroeg een vriend van mijn moeder aan mij, waarop ik resoluut antwoorden “Ik doe niet aan goede voornemens, ik zie het wel, alles stap voor stap. En daarbij fuck de voornemens ze komen toch niet uit”


Lieve allemaal, voor jullie allen een super 2010 gewenst. Een jaar waarin je jezelf maar weer een stukje beter mag gaan leren kennen op wat voor een gebied dan ook. Geniet hoe jij ervan wilt genieten en doe de dingen die je wilt doen. Laat je niet leiden door je geweten maar laat je leiden door het onbewuste en ik weet zeker dat 2010 dan een spetterend jaar word.






woensdag 16 december 2009

Gluren bij de buren


Ik heb het altijd al zo iets raars gevonden hoor. Zo een 8 jaar van mijn jeugd ging ik met mijn familie elk jaar op vakantie in Zeeland. Het was altijd dikke pret want na een paar jaar had ik vriendjes die ook elk jaar weer terug kwamen. Wij speelden altijd rondom de camping waar we elk jaar naar toe gingen. Vooral lekker over de camping scheuren, vliegeren, kastelen bouwen en lekker rennen waren favoriet. De camping lag vlak aan zee en dat was natuurlijk geen straf. Als ik en mijn vriendjes hadden besloten even te gaan spelen in de duinen dan deden we dat gezellig. We trotseerde de enorme trap met wel meer dan honderd tredens om zo op het strand te komen. Vaak gingen we dan fietsen in de duinen. We fietsten altijd net zolang door totdat we aan het eind kwamen van die lange rij stranden en dan werd het spannend. Met enige spanning in onze kleine lijfjes fietsen we wat zachtjes door om niet te erg op te vallen. Eenmaal aangekomen stapten we van ons fiets en legde deze voorzichtig in de duinen. Half giechelt en sssst roepend naderde we ons doel. We bleven natuurlijk staan want de kans dat iemand ons zou zien was erg groot en dan moesten we wel zo snel mogelijk weg kunnen rennen. Minuten stonden we te kijken wat al die mensen op dat deeltje strand aan het doen waren. Het leek eigenlijk veel op wat de andere mensen op de andere stranden ook deden: zich insmeren, lekker baden, met de voetjes door het water, potje tennissen en wat lekker zonnen. Gefascineerd keken we dan naar de rond dwarrelende mensen omdat het toch een gek gezicht bleef.



Ondanks dat ik het echt wel een keer had gezien bleef ik het toch maar roepen. Tot de dag van gisteren, “Nee mam ik ga niet mee! ik moet er niet aan denken aan al dat gedoe, Nee ik vind dat gewoon niet prettig” Jaren probeerden mijn moeder mij er van te overtuigen dat het een heerlijk gevoel was. Ze zei dan: “Anne dat is echt het toppunt van vrijheid” ik keek haar dan zuchtend aan en rolde met mijn ogen. Het zal wel mam dacht ik.

Maar toen kwam het, de dag die er toch een keertje aan zat te komen. Mijn zus en ik hadden al onze moed bij elkaar geraapt. Het werd toch weleens tijd. Beide in de 20 en nog steeds groentjes. Met elk vleugje zelfvertrouwen die nog in onze donder zat hadden we al dagen onze verbeeldingen de vrije loop gelaten. Wat nou als het vreselijk tegen valt? Of als we echt de vreselijkste dingen zien? want echt eromheen kunnen we niet. Nee zeiden Loes en ik tegen onszelf we gedragen ons dapper en vooral zo zodat het lijkt dat het voor ons doodnormaal is en wij hier veel vaker aan deel hebben genomen.

Samen scheurde we in de dikke audi van Bart richting het noorden. Tja in die knots van een auto waren we er al in 40minuten. Eenmaal geparkeerd beginnen onze handjes en beentjes lichtelijk te knikken van de zenuwen. “Pff zullen we naar huis?” vraag ik aan Marloes. Maar die pakt met een ruk haar tas uit de auto en zegt tegen me: “Nee Ann vanaf nu alleen nog maar positief!” en loopt richting de deur. Met mijn lichtelijke paniek oogjes en zwabber beentjes loop ik mijn zus achterna en bedenk mij: daar gaan we dan!



Eenmaal binnen is de sfeer gemoedelijk en voel ik een vlaag van rust over mij heen komen. Een heerlijke geur van mint en kruiden komt mij te ge moed. Nog onwennig loop ik in mijn oranje vachtje met badslippers. Loes en ik kijken elkaar aan het word nu toch echt tijd voor wat actie. Met opgeheven hoofd en stoere blik vervolgen wij onze weg naar de twee klapdeuren waar de vachtjes wereld word gescheiden van die andere onbekende wereld. Als twee volleerde leerlingen duwen wij de deuren open en richten ons op de ruimte die komen gaat. Het is rustig in de ruimte. De mensen zitten gezellig te kletsen of te genieten van de rust. Ik zie mijn zus met wat grote ogen om zich heen kijken. “Waar zullen we als eerste heen?” vraagt ze. Ik kijk wat rond en zeg “ja ik heb eigenlijk geen idee wat een goede starter is” Met een stoere blik kijken we de ruimte rond en komt Marloes tot de conclusie dat de stoomgrot het beste is om mee te beginnen. “Niet te opvallend” zegt ze. Samen lopen we richting de ruimte en vangen onderweg wat blikken van passerende mannen en vrouwen. Voor de ingang blijven we stil staan en halen we diep adem. We kijken elkaar aan en daar gaan we dan. Met het grootste lef die ik ooit in mijn donder heb gevonden doe ik mijn slippers uit en laat ik het oranje gewaad van mijn lichaam zakken. Godver Anne denk ik bij mijzelf je moet het nu echt doen. Ik pak de deurknop trek de deur open en met een stoere blik ga ik in het stomende bad zitten. Marloes ploft naast mij neer en we beginnen wat te kletsen. Langzaam stromen er wat mensen binnen en gaan er weer wat mensen weg. Het is eigenlijk zo gewoon. Net alsof je met je emmer en schepje aan het strand zit te spelen. Genietend van het water en de heerlijke geur die hier vanaf komt. Lachend kijk ik mijn zus aan en zeg: “ Vind je ook niet Loes, het valt reuze mee dat in je blote kont naar de sauna?” Ze begint te glimlachen en zegt: “Ik voel me heerlijk, ik wou dat ik het veel eerder had gedaan” Shit bedenk ik me. Had mijn moeder toch gelijk!

Al die tijd dat ik als klein kind daar raar naar zat te kijken en later toen ik groot werd er niks van wou weten. De hele godganse tijd had ik het gewoon normaal kunnen vinden. Wat nou gluren bij de buren in de duinen? Ach ik troost mijzelf maar met de gedachten dat ik nog maar een kind was.

Ik bedenk me dat ik blij ben dat ik het gedaan heb en dat ik trots op mijzelf ben en op mijn zus dat wij dit overwonnen hebben en het recht in de ogen hebben gekeken.


Opeens staat de man naast ons op en lacht wat vriendelijk naar ons. Ik kijk Marloes aan en zij naar mij en zodra de man de ruimte uit loopt weet ik dat mijn zus het zelfde denkt als ik: Die man weet echt niks van tuinieren!




woensdag 2 december 2009

Een keuze...

Ik sta voor mijn boekenplank en staar naar de rij boeken die wezenloos staan te staan. De meeste heb ik al gelezen maar op een paar na nog niet allemaal. Ze staan er maar te staan maar waarom weten ze eigenlijk niet. Nu ik er zo over denk ik eigenlijk ook niet! Ze dienen niet als opvulling van mijn boekenplankje, boeken heb ik zat. De ruggen zijn ook niet prachtig ofzo. Het zijn de boeken die ik graag wil lezen want anders had ik ze niet, en al zeker weten niet op mijn boekenplank gezet. Maar ergens houd het me tegen om ze te pakken en er eindelijk eens aan te beginnen.

Ik pak toch maar het kleine boek die aan de linker kant van het plakje staat en houd het in mijn hand. Enig sinds niet begrijpend kijk ik naar de voorkant. Ik probeer de illustratie van een liggende halfnaakte vrouw te begrijpen. Maar ik snap het niet. Waarom ligt ze daar zo? Wat heeft dat te maken met de hoofdlijn van dit boek? Als ik het boek omdraai glimlacht de auteur naar me. "Hmm, leuke man om te zien" zeg ik zachtjes. Ik lees de korte samenvatting op de achterkant en zeg nogmaals tegen mijzelf: "Hmmm, daar gaan we dan Ann, het word nu echt tijd. Helemaal nu er ook nog eens een film van gemaakt is" Ik draai het boek om en lees de titel in mijn hoofd: Er komt een vrouw bij de dokter.


Erg veel moeite met het boek heb ik niet gehad. Het is een mooi en goed geschreven verhaal. Stijn de hoofdpersoon is een flierefluiter. Hij neemt letterlijk alles wat in Amsterdam te krijgen is aan lekkere vrouwen. Hij geniet, heeft een prachtig leven en zoals het boek mij verteld: Leeft als een god in Amsterdam. Hij ontmoet Carmen. Een prachtige vrouw met humor. Stijn verliest zijn hart aan haar en samen krijgen ze een mooie dochter Luna. Ze leven een mooi leven vol luxe en gelukkige momenten. Totdat het in een klap over is. Kanker!
Carmen heeft een tumor ter grootte van een courgette in haar borst. Ze moet bestraald worden, chemos krijgen, kotsen, niet kunnen eten, afvallen, kaal worden, huilen, ze moet de dood in de ogen kijken. Na een lange wandelsweg van leiden, ziek zijn en het verwerken van het vreemdgaan van Stijn met Roos, de vrouw bij wie hij even niet in het wereldje van kanker zit, geeft ze de strijd op. Ze is niet meer te redden. Ze zorgt voor genoeg herinneringen voor Luna. En als het haar teveel is besluit ze er een eind aan te maken. Ze neemt afscheid van haar dochter en haar "vriendje" en overlijd.


Zowel de film als het boek heeft mij enorm aan het denken gezet. Ik houd niet van het onderwerp de dood. Nou zal je tegen jezelf zeggen: "Tja, wie wel?" Maar de een praat er nou eenmaal makkelijker over dan de ander. Sommige mensen hebben al een heel beeld van hoe zij het liefste hun begrafenis willen. De een wil alles in het wit, de ander wil alles in het zwart, nog een ander wil dat iedereen er een feest van maakt en nog een ander wilt het liefst 2 dagen zijn dood vieren. Ik heb dit niet, nooit gehad ook!
Als mijn gedachtes dwalen naar hoe het zou zijn als ik dood zou zijn of gaan krijg ik zo een naar gevoel in mijn buik. Alles wat ik nu zie zal ik niet meer zien als ik dood ben. Hoe zal de wereld zonder mij verder gaan? Is er een leven na dit alles? Wanneer zal het mijn tijd zijn? Het zijn de vragen waar je toch geen antwoord op hebt. Het is een klote onderwerp en al helemaal niet leuk om over te denken.


Kim en ik zitten in de auto op weg naar Leusden. Allebei verslagen van de film en lichtelijk emotioneel. We praten samen over de dood en hoe wij dit dan zien. We praten over het feit dat het gek is dat als mensen de dood in de ogen kijken ze er altijd vrede mee hebben. Ze zeggen allemaal: "het is goed zo, het is mijn tijd laat mij maar los" Een zin die ik mij niet kan voorstellen. Hoe krijg je dat in godsnaam over je lippen als je weet dat je nooit meer een blik kan werpen op de wereld en je geliefdes? Diep van binnen in mijn hart hoop ik dat als het mijn tijd is ik er ook zo tegen aan mag kijken. Dat de dood iets moois is en vredig.
We rijden de hoek om en zijn bijna bij mijn huis. We praten over onze dood. Hoe zouden wij het willen? Op dat moment hebben Kim en ik een conclusie getrokken. De dood is iets onverkoombaars. En als er dan een tijd mag aanbreken dat wij er niet meer zijn willen wij in ieder geval dat onze nabestaanden er vrede mee kunnen hebben. Ik wat voor een zin dit dan ook mag zijn. Ik wil niet op een A4 schrijven wat IK wil als ik dood ben. Ik heb er niks meer aan. Ik wil dat de mensen van wie ik hield dit invullen. Dat zij het zo invullen dat het een dag word vol met momenten, muziek en gedichten waarbij ZIJ aan MIJ moeten denken en heel misschien nog een glimlach tevoorschijn kunnen toveren. Dat is wat ik wil!


Ik zeg kim gedag en gooi de deur achter me dicht. Ik loop het plein op en laat van alle emoties mijn sleutels uit me handen vallen. Ik raap ze op en zodra ik weer recht sta bedenk ik me dat ik voor voorlopig weer genoeg heb nagedacht over de dood. Ik ben Carmen niet! Nee gelukkig niet... Ik ga nog lekker leven en nog lekker genieten. Ja heerlijk, dat is mijn doel!!!! Niks dood, LEVEN!


Tranen op haar wangen
Verdriet op haar gezicht
Radeloze ogen
Glanzend in het licht
Kom hier en stop met huilen
En veeg je tranen weg
Veilig in mijn armen
En geloof me als ik zeg
We hebben altijd nog elkaar
Toen zei ze ssssssst
En ze fluisterde door haar tranen heen
Je hebt alles al gezegd
Gedicht uit het boek van Kluun

zondag 20 september 2009

Kippensoep met snoep en spelletjes..

Als ik aan vroeger denk zijn er maar weinig dingen die ik mij echt nog goed kan herinneren. Wat dacht ik toen ik 2 jaar was? Heb ik erg genoten van de kleuterschool? Wat vond ik van de mensen die toch echt 4 koppen groter waren als ik? Het zijn zoveel vragen waarop je geen antwoord meer weet. Toch erg jammer dat de mens dat gedeelte van zijn/haar leven niet of amper kan herinneren. Het is toch het begin van je leven en waarom zou je dat later niet meer mogen weten? Dat is iets wat de natuur voor ons heeft bepaald en vast en zeker met een goede reden.

De beste herinneringen uit mijn jeugd heb ik aan mijn oma en aan zeeland. Twee stukken uit mijn leven die mij heel dierbaar zijn. Het zijn dus de onbewuste dingen die jou eigen kleine ik zoveel doen dat je dit opslaat op je externe harde schijf. Wat je dan ook mag gaan mee maken in het leven, dit zijn de herinneringen die je eeuwig bij blijven en waaraan je regelmatig in je leven terug gaat denken.
Voor ik begin aan het verhaal over mijn oma zal ik jullie even uitleggen waarom ik in de verleden tijd spreek. Doordat mijn oma en alles rondom mijn oma zoiets belangrijks is geweest in mijn jeugd vind ik het moeilijk, nu dat zij dement is geworden, te spreken over een tegenwoordige tijd. Ze is gelukkig nog niet overleden maar voor mijn eigen gevoel, en dan spreek ik vooral over mijn gevoel als klein meisje, is ze dat toch wel een beetje. De oma uit mijn jeugd bestaat niet meer, deze heeft plek gemaakt voor een oma met nog steeds veel humor maar ook voor iemand die heel veel niet meer weet en niet meer goed de dingen kan plaatsen. Vanaf het moment dat mijn oma dement werd bleef het natuurlijk nog mijn oma waar ik zoveel van houd, maar de oma uit mijn jeugd had voorgoed de deur achter mij dicht gedaan. Ze is nu mijn oma, mijn lieve oma, die niet zoveel meer weet

Om naar oma Tuerlings te gaan was altijd een enorm feest. Je wist direct al wat er op het dag menu stond maar dat maakte je helemaal niet uit als kind. Fietsen bij oma was immers 10x leuker dan door je eigen buurt scheuren. Elk weggetje was een nieuwe ontdekking en elk huis was een vreemd huis met een nieuw verhaal. Mijn oma woonde in Sparenwoude en dat de hele trip naar haar huis een uur mocht duren was al een avontuur op zich.
Aangekomen bij oma rende mijn zus en ik altijd als eerst naar binnen. Het leuke aan mijn oma's huis was dat haar voordeur een grote ronde goude deurknop had die altijd open was. Je hoefde maar even op de puntjes van je tenen te staan, te draaien en de deur was open. Mijn oma kreeg altijd veel bezoek van de buurt kindertjes. Zo spaarde ze voor het overbuur meisje suikerzakjes. Ook hun mochten gewoon naar binnen zonder te bellen. Eenmaal binnen verwelkomt mijn de geur van mijn enige eigen oma. Snel hol ik de woonkamer in om mijn oma een dikke kus te geven. Alles in mijn oma haar huis was uitgedacht: van de tuin tot de boven verdieping. Het hele huis is in alle jaren dat ik bij mijn oma ben geweest geen een keer veranderd. Zelfs de boekjes, poppen, servies of planten werden nooit verplaatst. Mijn oma hield van structuur en was erg netjes. De woonkamer was toch wel het oogappeltje van het hele huis. De woonkamer bestond uit een oude gestofeerde bank en kuipstoel. Op de grond lag een wit vloerkleed waar Marloes en ik veel op speelde. In het midden stond een prachtig antieke bijzet tafel met daar over heen een kleedje. Op tafel stond altijd een bloemstukje en een asbak (ja oma rookte stevig door haha) Rechts in de kamer stond de TV met daaronder een kastje met alle kinderfilms. Rechts van de tv stond de grote oude servies kast met daarin het servies. Aan het begin van de woonkamer was de voorraadkast ingebouwd. Die was altijd rijk gevuld met snoep en lekkernij voor de gasten. Aan de woonkamer zat nog een grote keuken en op de scheidingslijn van de keuken en woonkamer stond de eettafel met wederom een groot kleed erover heen. Alles wat in de kamer stond was vrijwel antiek of uit oude staat. Echt een prachtig gezicht!

Zoals wel meer kinderen had ik ook altijd vaste dingen die we kregen bij mijn oma. Zo kregen we altijd wat te drinken en iets te snoepen bij aankomst. Mijn ouders gingen dan gezellig met oma bijkletsen en dan was het echt tijd voor Marloes en mij om op pad te gaan. Soms besloten we de buiten buurt te verkennen. Oma had altijd wel 3 fietsen in de schuur staan. Van elke maat wel 1. We sprongen dan snel op de fiets en scheurden door de straten en door de natuur. Soms zover dat we verdwaald raakte. Maar de weg vonden we altijd wel weer terug, de omgeving was immers nooit erg groot. Achter mijn oma's huis lag een grote dijk, een prima plek voor kinderen om in te spelen. Daar bracht ik ook vele uurtjes door tussen de bloemetjes en het gras.
Als het slecht weer was kon je je bij oma ook prima binnen vermaken. Als je naar boven liep waren er 3 kamers. een logeerkamer, een slaapkamer en een knutsel kamer. Mijn oma kon prachtig schilderen en tekenen. Meestal koos ik voor de logeerkamer. Daar stond de kast met spelletjes of speelde ik met de poppen en knuffels die op het bed lagen. Hele verhalen en scenario's zijn de revue gepasseerd. Van trouwen tot liefdesverdriet, van kleine kinderen tot oma zijn en nog zoveel meer. Als je de spelletjes kast open trok vond je een groot aanbod met spelletjes: zeeslag was een van mijn favoriete en meestal speelde Marloes en ik ook een potje. Terwijl we thuis amper om keken naar zulke spelletjes was bij oma dit wel erg interessant.
Aan het eind van de dag vond er altijd een gezellig diner met zijn alle plaats. Altijd als we bij oma gingen eten, aten we hetzelfde. Maar juist omdat het altijd het zelfde was was het gewoon iets waar ik het me het meest op verheugde. Het gezellige samen zijn, de gezelligheid die mijn oma's huis bracht en het eten met zoveel mensen gaf mij altijd een enorm gevoel van geluk en blijheid.
Mijn oma was een erg goeie kunstenares maar koken kon ze ook als geen ander. Het menu zag er altijd als volgt uit: vooraf een kippensoepje of tomatensoep, als hoofdgerecht kippenpoten met sperziebonen en patat met appelmoes, mayo en ketchup(die uit de leuke soort van verf tubes, ben de naam even kwijt) en als toetje aten we altijd met zijn alle een vienetta op. Na het eten gingen we met zijn alle afwassen en daarna dronken we nog een kopje koffie met jawel weer een snoepje. Na een lange dag plezier, verwend te worden en een lekkere maaltijd gaven we onze oma een dikke kus en vervolgde we onze reis weer terug naar huis. Onderweg ga ik moe maar voldaan achterin liggen en bedenk ik mij voordat ik in slaap val: Wat was het weer gezellig bij oma, en wat heb ik het toch weer leuk gehad! Ik doe mijn ogen dicht en val met een grote grijns in slaap.



Ik als baby met oma

dinsdag 15 september 2009

De lappendeken...

Wind, wind, wind.... Voor de meeste mensen zal dit al genoeg zijn, het is weer herfst!
September is die ene maand in het jaar waarvan ik altijd denk: Moet dat nou? Na een lange periode van zon, korte rokjes, topjes, slippers, zonnebrillen, vakantie, relaxe op het strand, kijken naar de zonsondergang, lange dagen en vooral veel warmte maakt September daar zonder enige gewenning direct een einde aan. Het lijkt wel alsof dit jaar moeder natuur binnen 1 dag de zonnige blauwe luchten uit de lucht rukte en er weer een hoop grijze wolken voor in de plaats bracht. Voor mij een verschijnsel die ik moeilijk vind te accepteren. Waarom geen klimaat met 10 dagen regen? Daar word elk mens in Nederland toch veel vrolijker van in? Nee, Nederland moet weer eens bestaan uit gierende winden, regen, regen, regen, kale bomen, natte broekspijpen, natte sokken, pijn voorhoofd bij het fietsen en zo kan ik nog wel even doorgaan. Ja sorry ik heb nou eenmaal veel te zeuren over dit jaargetij en het word je vast al duidelijk. De herfst is niet mijn ding en is het ook nooit geweest.

Toch is er een ding wat ik wel kan waarderen aan de herfst. Zoals de winter Nederland met een wit dekentje toe dekt doet de herfst dit ook op zijn eigen manier. Als de eerste dagen weer aanbreken dat de bomen hun blaadjes zachtjes op de grond laten dwarrelen en ze zich verspreiden als een lappendeken om alles in Nederland, moet ik toch toegeven dat ik dit altijd een prachtig gezicht heb gevonden. Het is mooi om te zien dat de natuur na een lange periode van groen zijn blaadjes kan omtoveren in de kleuren waarvan ik vind dat ze later prachtig in mijn huis zullen staan en waarbij je er niet omheen kan dat deze kleuren zo mooi bij elkaar passen. Op zijn eigen manier geeft de herfst een hoop kleur aan de grauwe dagen.
Het gekke van alles is nog dat dit allemaal gebeurd zonder dat iemand het door heeft. Opeens sta je op in een wereld die is veranderd in een waar kleur schouwspel. De straten zijn niet meer gevuld met zonnestralen. Nee, ze hebben plaats gemaakt voor de herfstkleuren!

Toch kan ik het wel begrijpen hoor als het niemand meer zo opvalt. Ja de kleuren ziet iedereen wel en iedereen heeft ook wel even een WOW momentje, maar genieten we er echt nog wel zo van? Maakt die Herfst met zijn kleuren nog wel een indruk op ons? Zijn we niet te druk bezig met de kou? waardoor we ons diep verborgen houden in ons sjaaltje met de gedachten of we alsjeblieft zo snel mogelijk op onze bestemming kunnen zijn? Of met onze paraplu op de fiets (ja en meestal houden mensen die voor zich) zodat onze broek niet nat word? of rent heel Nederland maar weer snel de auto in om lekker warm te zitten?

Lieve allemaal neem nou maar van mij aan: Als je hier niet snel verandering in brengt ben je alweer te laat. Dan zijn de prachtige herfstkleuren weer veranderd in een grote blader drap waar je schoenen in blijven soppen. Nee, steek nou eens voor de verandering je neus uit je sjaal om eens lekker de frisse lucht in te ademen met de gedachten dat er altijd een thuis is met een warme kachel, houd je paraplu nou eens boven je hoofd inplaats van voor je zodat je de prachtige gekleurde straten ook daadwerkelijk kan zien en loop inplaats van ren naar je auto zodat je ondertussen nog een snelle blik in de buren hun voortuin kan werpen zodat je ziet dat die prachtige grote boom eindelijk het gazon heeft geverfd met zijn mooie herfstkleuren.

In de tussentijd dat ik jullie dit wijze lesje wil leren kijkt Harvey mij met schuine kop aan. Het is weer zover: We moeten samen de kou in! Met lichte tegenzin pak ik weer mijn laarzen om deze te vullen met mijn 2 paar sokken aan mijn voeten, trek ik weer mijn herfst jas(met voering) aan en bind ik mijn sjaal extra stevig om mijn nek. Ik doe Harvey aan de riem en samen lopen we de kou en wind tegemoet. Kwispelend loopt hij met mij mee, hem maakt het allemaal niet uit, en bedenk ik me dat het maar goed is dat de herfst de wereld een tijdje zo mooi kleurt, anders was het echt helemaal niks aan geweest!!!!! Brrrrrr.......













maandag 7 september 2009

Welcome back..

Na 2008, het jaar van de nieuwe opleiding (Althans ik startte mijn fotografie carrière), veel stress en het verbouwen van het huis de gehele zomer, vooral dat laatste puntje had me opgebroken, vond ik het tijd worden voor wat relaxing in mijn leven.

De zomer van 2008 stond helemaal in het teken de grote verbouwing aan de Vicaris. Het gehele huis moest na al die jaren grondig onder handen worden genomen. Nadat mijn ouders waren gescheiden was er nooit meer wat aan het huis gedaan. Het kon niet langer zo. Zowel ik als mijn vader verdiende een nieuw huis, een nieuwe start!
Daarbij kwam ook nog eens het feit dat het halve huis weg aan rotte was en ik wou nou ook wel eens eindelijk een grote kamer (Tja... zus was het huis uit:P) Ik weet nog dat mijn vader rond die tijd last had van een slijmbeurs ontsteking aan zijn schouder, zoals ik het aan zijn hoofd kon zien deed dat erg veel zeer dus op zijn technische skills konden we niet rekenen. Dus mijn moeder en ik gingen aan de slag. Weken hebben we staan schoonmaken, behang krabben, repareren, verven, lachen, huilen we waren zelfs zowat vaste klant bij de IKEA. Echt waar ik heb nog nooit zoveel Zweedse balletjes in een maand gegeten. Maar dit alles met natuurlijk een groot doel in mijn achterhoofd: Een nieuw huis, een nieuw begin!

Begrijp me niet verkeerd. Het huis verbouwen was een leuke klus. Je ziet snel verandering en het geeft ook iets gezelligs om je heen. Maar ook de geur van het nieuwe vond ik heerlijk. Eindelijk weer alles fris en schoon, alsof je al het oude uit je huis wegveegt.
Moe maar voldaan waren we eindelijk klaar met het grootste gedeelte. Ik heb nog heerlijk wat kunnen genieten van mijn nieuwe kamer en het weer maar al snel begonnen de belletjes weer te rinkelen dat school eraan zat te komen. Eenmaal op school merkte ik aan mijzelf dat ik moeite had met al het "verplichte" en als je dan opeens keihard de man met de hamer tegenkomt valt het kwartje.... Tja echt vakantie heb ik niet gehad!
Dus vond ik dat 2009 het jaar van verandering moest worden en het jaar van relaxing. Nou is dat puntje relaxing niet helemaal gelukt. Al snel werd ik dood gegooid met beslissingen en projecten op school. Ik had wel wat meer rust maar nog steeds was de stress van mijn vakantie loze vakantie en school te groot. Het werd tijd voor een drastisch plan, Ik ga op vakantie!

Zo gezegd zo gedaan, Na een leuke voorbereiding en maanden om er naar toe te leven gingen Sabrina en ik 14 Juli richting Schiphol voor onze vakantie naar Kroatië.
Eenmaal in het land verbaasde het mij hoe snel ik mij had aangepast aan de gehele cultuur en omgeving. Het is zo een heerlijk land. Ik ben altijd al gek van de zee geweest maar ook van andere landen en cultuur. Toen ik voor het eerst de zee en het prachtige land zag had ik meteen een gevoel van thuis zijn, zo een heerlijk gevoel! Prachtig die blauw/groene zee met de weerkaatsing van de zon op het water, de vriendelijke mensen, de smalle mysterieuze straatjes en het hele gemoedelijke wat het hele land uitstraalt. Een hoop mensen zullen dit land beschouwen als een thuis omdat je ook de kans krijgt om je er thuis te voelen. Ik kan niet anders zeggen dat dit land mij enorm fascineert en ik zeker nog een keertje terug wil. Dan wil ik wel met tent en auto op pad zodat ik wat meer kan zien van het prachtige Kroatië.
Het was even een weekje wat ik nodig had. Ik heb heerlijk alles op een rijtje kunnen zetten, kunnen lachen of lekker gewoon even helemaal niks!
Nadat ik terug was gekomen van Kroatië heb ik nog een paar heerlijke weken in Nederland gehad. Ik heb lekker kunnen doen waar ik zin in had en dat gevoel heeft mij weer goede moed gegeven voor dit schooljaar. Mijn hoofd is een stuk rustiger en vooral leger. Natuurlijk is het nog even wennen al die drukte en verplichtingen en weer 25 man om mij heen maar ik heb er vertrouwen in dat ik dat wel weer snel oppak. Ik heb mijn rust gehad en nu is het weer tijd om aan het werk te gaan en te gaan knallen!
Maar na al die jaren dat ik mezelf ken weet ik wel zeker: Dit jaar gaat het waarschijnlijk weer heel anders;-), Welcome back Anne!









maandag 24 augustus 2009

Bijnaam

Vele bijnamen zijn mij gepasseerd de afgelopen 20 jaar. Zo begon het al toen ik klein was. Ik was een jaartje of 4/5 en mensen die mij en mijn moeder op straat tegen kwamen zeiden al snel: "Ach zie die kleine meid eens, wat een schattige Annie" "Speelt u dochter toevallig ook in die musical?" Waarop mijn moeder elke keer weer herhaalde "Nee hoor daar is ze wat te jong voor" Helaas voor mijn moeder was niet alleen ik het slachtoffer. Er liep er nog zo een rond, mijn zus!
Toen ik ouder werd kreeg mijn vader opeens de ingeving voor een leuke bijnaam voor zijn dochter. "He poep oog, waar ga je heen?" volgde er toen over het speelveld. Het was niet een van mijn mooiste bijnamen maar ach hij was wel van mijn vader en 1 troost ik heb zijn ogen ;-)
Na die tijd bleef het een beetje stil met mijn bijnamen. Mensen hielden het bij An, Annie (houd jij mijn tassie ff vast!) of Annepan (Zo noemde mijn oma mij altijd)

Maar de rust was niet voor lang. Het begon allemaal weer toen ik naar de middelbare school ging. Mijn brugklas jaar was redelijk bijnaam loos. Althans ik kan me er niet 1 herinneren. Maar in de 2e was het weer zover. Ik kwam in een klas te zitten waarin ik niet de enige Anne was. Er was een Anne van der Busse en een Anne van Balen. Meestal vormt het zich dan zo dat de ene Anne B word en de andere Anne X, maar ook dit ging niet op omdat onze achternamen ook dezelfde letter gelden. Al snel had onze mentrix er wel een leuk ideetje voor. De Anne's moesten allebei maar geschrapt worden en al snel waren we omgetoverd tot een BU (Busse) en BA (Balen) Raar kijkend haalde ik en Anne onze schouders op en vonden het wel best. We moesten toch iets verzinnen om niet continu allebei te hoeven reageren. Zo bleef ik mijn gehele middelbare school periode Anne Bu (vooral veel Bu) Als ik door de gangen liep was het vooral: "Bu, kan je ff komen?" Zelfs andere leraren begonnen mijn leuke bijnaam over te nemen "Bu draai je om!" Zelfs met mijn diploma uitreiking werd ik door mijn mentrix naar voren geroepen als Anne BU... Tja het was er zo ingeprent dat het ook gewoon niet anders kon.
Het leuke was nog dat ik jaren geleden in de stad in Amersfoort liep. Niks vermoedend loop ik winkel in winkel uit totdat ik opeens die schelle stem door de straten; "BUUUUUUU!!" hoor roepen. Meteen draai ik mijn hoofd om, jeetje ik reageer nog steeds, en zie daar met een glimlach mijn mentrix staan. Met een grote smile op haar gezicht vraagt ze hoe het met haar Bu gaat. Ik geef netjes antwoord: " Goed Riet"(van Rita tja wie de bal kaatst...) en na een kort gesprekje vervolg ik mijn shop tocht met in mijn achterhoofd dat het maar raar blijft zo een bijnaam!

De leukste bijnaam die mij ooit gegeven is komt van mijn chef Sander. Ik weet eigenlijk nog steeds niet hoe hij er opeens bij kwam maar ik weet nog wel het moment waarop hij het voor het eerst gebruikte.
Het was weer een doodnormale zaterdag ochtend. Ik werd weer met goede moed op het gebak gezet om mijn banketbakster kunsten te kunnen showen. Diep in gedachten en druk aan het werk was ik toen Sander opeens naar mij riep: "He krullie, hoe gaat het daar?" Waarop ik moest lachen en riep: "Goed hoor, kale" We lachten allebei en ik bedacht me dat dat de leukste bijnaam was die iemand mij ooit had gegeven. De reden waarom kon ik nog niet echt bedenken maar tot nu toe waren mijn bijnamen vooral een afkorting, praktische overweging of toch zo een bijnaam waar je niet echt heel trots bij voelt (poep oog) Daar in tegen was deze bijnaam iets waarom ik moest lachen. Ook dit keer was het een uiterlijk kenmerk maar wel een kenmerk waar ik trots op ben. Mijn haarkleur kan van mijn part gestolen worden maar die krullen... Tja die wil ik stiekem toch graag houden. Ook het woord: Krullie heeft iets liefs en onschuldigs. Alsof je nog stiekem een klein meisje bent. Nee het stond mij wel aan. Ik keek Sander nog een keer aan en lachte naar hem en hij lachte natuurlijk weer eens terug. En van binnen dacht ik: Had mijn vader mij vroeger maar zo genoemd inplaats van poep oog. Maar ach pap ik weet heus wel dat jij het net zo lief bedoelde als het woordje Krullie....