woensdag 16 december 2009

Gluren bij de buren


Ik heb het altijd al zo iets raars gevonden hoor. Zo een 8 jaar van mijn jeugd ging ik met mijn familie elk jaar op vakantie in Zeeland. Het was altijd dikke pret want na een paar jaar had ik vriendjes die ook elk jaar weer terug kwamen. Wij speelden altijd rondom de camping waar we elk jaar naar toe gingen. Vooral lekker over de camping scheuren, vliegeren, kastelen bouwen en lekker rennen waren favoriet. De camping lag vlak aan zee en dat was natuurlijk geen straf. Als ik en mijn vriendjes hadden besloten even te gaan spelen in de duinen dan deden we dat gezellig. We trotseerde de enorme trap met wel meer dan honderd tredens om zo op het strand te komen. Vaak gingen we dan fietsen in de duinen. We fietsten altijd net zolang door totdat we aan het eind kwamen van die lange rij stranden en dan werd het spannend. Met enige spanning in onze kleine lijfjes fietsen we wat zachtjes door om niet te erg op te vallen. Eenmaal aangekomen stapten we van ons fiets en legde deze voorzichtig in de duinen. Half giechelt en sssst roepend naderde we ons doel. We bleven natuurlijk staan want de kans dat iemand ons zou zien was erg groot en dan moesten we wel zo snel mogelijk weg kunnen rennen. Minuten stonden we te kijken wat al die mensen op dat deeltje strand aan het doen waren. Het leek eigenlijk veel op wat de andere mensen op de andere stranden ook deden: zich insmeren, lekker baden, met de voetjes door het water, potje tennissen en wat lekker zonnen. Gefascineerd keken we dan naar de rond dwarrelende mensen omdat het toch een gek gezicht bleef.



Ondanks dat ik het echt wel een keer had gezien bleef ik het toch maar roepen. Tot de dag van gisteren, “Nee mam ik ga niet mee! ik moet er niet aan denken aan al dat gedoe, Nee ik vind dat gewoon niet prettig” Jaren probeerden mijn moeder mij er van te overtuigen dat het een heerlijk gevoel was. Ze zei dan: “Anne dat is echt het toppunt van vrijheid” ik keek haar dan zuchtend aan en rolde met mijn ogen. Het zal wel mam dacht ik.

Maar toen kwam het, de dag die er toch een keertje aan zat te komen. Mijn zus en ik hadden al onze moed bij elkaar geraapt. Het werd toch weleens tijd. Beide in de 20 en nog steeds groentjes. Met elk vleugje zelfvertrouwen die nog in onze donder zat hadden we al dagen onze verbeeldingen de vrije loop gelaten. Wat nou als het vreselijk tegen valt? Of als we echt de vreselijkste dingen zien? want echt eromheen kunnen we niet. Nee zeiden Loes en ik tegen onszelf we gedragen ons dapper en vooral zo zodat het lijkt dat het voor ons doodnormaal is en wij hier veel vaker aan deel hebben genomen.

Samen scheurde we in de dikke audi van Bart richting het noorden. Tja in die knots van een auto waren we er al in 40minuten. Eenmaal geparkeerd beginnen onze handjes en beentjes lichtelijk te knikken van de zenuwen. “Pff zullen we naar huis?” vraag ik aan Marloes. Maar die pakt met een ruk haar tas uit de auto en zegt tegen me: “Nee Ann vanaf nu alleen nog maar positief!” en loopt richting de deur. Met mijn lichtelijke paniek oogjes en zwabber beentjes loop ik mijn zus achterna en bedenk mij: daar gaan we dan!



Eenmaal binnen is de sfeer gemoedelijk en voel ik een vlaag van rust over mij heen komen. Een heerlijke geur van mint en kruiden komt mij te ge moed. Nog onwennig loop ik in mijn oranje vachtje met badslippers. Loes en ik kijken elkaar aan het word nu toch echt tijd voor wat actie. Met opgeheven hoofd en stoere blik vervolgen wij onze weg naar de twee klapdeuren waar de vachtjes wereld word gescheiden van die andere onbekende wereld. Als twee volleerde leerlingen duwen wij de deuren open en richten ons op de ruimte die komen gaat. Het is rustig in de ruimte. De mensen zitten gezellig te kletsen of te genieten van de rust. Ik zie mijn zus met wat grote ogen om zich heen kijken. “Waar zullen we als eerste heen?” vraagt ze. Ik kijk wat rond en zeg “ja ik heb eigenlijk geen idee wat een goede starter is” Met een stoere blik kijken we de ruimte rond en komt Marloes tot de conclusie dat de stoomgrot het beste is om mee te beginnen. “Niet te opvallend” zegt ze. Samen lopen we richting de ruimte en vangen onderweg wat blikken van passerende mannen en vrouwen. Voor de ingang blijven we stil staan en halen we diep adem. We kijken elkaar aan en daar gaan we dan. Met het grootste lef die ik ooit in mijn donder heb gevonden doe ik mijn slippers uit en laat ik het oranje gewaad van mijn lichaam zakken. Godver Anne denk ik bij mijzelf je moet het nu echt doen. Ik pak de deurknop trek de deur open en met een stoere blik ga ik in het stomende bad zitten. Marloes ploft naast mij neer en we beginnen wat te kletsen. Langzaam stromen er wat mensen binnen en gaan er weer wat mensen weg. Het is eigenlijk zo gewoon. Net alsof je met je emmer en schepje aan het strand zit te spelen. Genietend van het water en de heerlijke geur die hier vanaf komt. Lachend kijk ik mijn zus aan en zeg: “ Vind je ook niet Loes, het valt reuze mee dat in je blote kont naar de sauna?” Ze begint te glimlachen en zegt: “Ik voel me heerlijk, ik wou dat ik het veel eerder had gedaan” Shit bedenk ik me. Had mijn moeder toch gelijk!

Al die tijd dat ik als klein kind daar raar naar zat te kijken en later toen ik groot werd er niks van wou weten. De hele godganse tijd had ik het gewoon normaal kunnen vinden. Wat nou gluren bij de buren in de duinen? Ach ik troost mijzelf maar met de gedachten dat ik nog maar een kind was.

Ik bedenk me dat ik blij ben dat ik het gedaan heb en dat ik trots op mijzelf ben en op mijn zus dat wij dit overwonnen hebben en het recht in de ogen hebben gekeken.


Opeens staat de man naast ons op en lacht wat vriendelijk naar ons. Ik kijk Marloes aan en zij naar mij en zodra de man de ruimte uit loopt weet ik dat mijn zus het zelfde denkt als ik: Die man weet echt niks van tuinieren!




woensdag 2 december 2009

Een keuze...

Ik sta voor mijn boekenplank en staar naar de rij boeken die wezenloos staan te staan. De meeste heb ik al gelezen maar op een paar na nog niet allemaal. Ze staan er maar te staan maar waarom weten ze eigenlijk niet. Nu ik er zo over denk ik eigenlijk ook niet! Ze dienen niet als opvulling van mijn boekenplankje, boeken heb ik zat. De ruggen zijn ook niet prachtig ofzo. Het zijn de boeken die ik graag wil lezen want anders had ik ze niet, en al zeker weten niet op mijn boekenplank gezet. Maar ergens houd het me tegen om ze te pakken en er eindelijk eens aan te beginnen.

Ik pak toch maar het kleine boek die aan de linker kant van het plakje staat en houd het in mijn hand. Enig sinds niet begrijpend kijk ik naar de voorkant. Ik probeer de illustratie van een liggende halfnaakte vrouw te begrijpen. Maar ik snap het niet. Waarom ligt ze daar zo? Wat heeft dat te maken met de hoofdlijn van dit boek? Als ik het boek omdraai glimlacht de auteur naar me. "Hmm, leuke man om te zien" zeg ik zachtjes. Ik lees de korte samenvatting op de achterkant en zeg nogmaals tegen mijzelf: "Hmmm, daar gaan we dan Ann, het word nu echt tijd. Helemaal nu er ook nog eens een film van gemaakt is" Ik draai het boek om en lees de titel in mijn hoofd: Er komt een vrouw bij de dokter.


Erg veel moeite met het boek heb ik niet gehad. Het is een mooi en goed geschreven verhaal. Stijn de hoofdpersoon is een flierefluiter. Hij neemt letterlijk alles wat in Amsterdam te krijgen is aan lekkere vrouwen. Hij geniet, heeft een prachtig leven en zoals het boek mij verteld: Leeft als een god in Amsterdam. Hij ontmoet Carmen. Een prachtige vrouw met humor. Stijn verliest zijn hart aan haar en samen krijgen ze een mooie dochter Luna. Ze leven een mooi leven vol luxe en gelukkige momenten. Totdat het in een klap over is. Kanker!
Carmen heeft een tumor ter grootte van een courgette in haar borst. Ze moet bestraald worden, chemos krijgen, kotsen, niet kunnen eten, afvallen, kaal worden, huilen, ze moet de dood in de ogen kijken. Na een lange wandelsweg van leiden, ziek zijn en het verwerken van het vreemdgaan van Stijn met Roos, de vrouw bij wie hij even niet in het wereldje van kanker zit, geeft ze de strijd op. Ze is niet meer te redden. Ze zorgt voor genoeg herinneringen voor Luna. En als het haar teveel is besluit ze er een eind aan te maken. Ze neemt afscheid van haar dochter en haar "vriendje" en overlijd.


Zowel de film als het boek heeft mij enorm aan het denken gezet. Ik houd niet van het onderwerp de dood. Nou zal je tegen jezelf zeggen: "Tja, wie wel?" Maar de een praat er nou eenmaal makkelijker over dan de ander. Sommige mensen hebben al een heel beeld van hoe zij het liefste hun begrafenis willen. De een wil alles in het wit, de ander wil alles in het zwart, nog een ander wil dat iedereen er een feest van maakt en nog een ander wilt het liefst 2 dagen zijn dood vieren. Ik heb dit niet, nooit gehad ook!
Als mijn gedachtes dwalen naar hoe het zou zijn als ik dood zou zijn of gaan krijg ik zo een naar gevoel in mijn buik. Alles wat ik nu zie zal ik niet meer zien als ik dood ben. Hoe zal de wereld zonder mij verder gaan? Is er een leven na dit alles? Wanneer zal het mijn tijd zijn? Het zijn de vragen waar je toch geen antwoord op hebt. Het is een klote onderwerp en al helemaal niet leuk om over te denken.


Kim en ik zitten in de auto op weg naar Leusden. Allebei verslagen van de film en lichtelijk emotioneel. We praten samen over de dood en hoe wij dit dan zien. We praten over het feit dat het gek is dat als mensen de dood in de ogen kijken ze er altijd vrede mee hebben. Ze zeggen allemaal: "het is goed zo, het is mijn tijd laat mij maar los" Een zin die ik mij niet kan voorstellen. Hoe krijg je dat in godsnaam over je lippen als je weet dat je nooit meer een blik kan werpen op de wereld en je geliefdes? Diep van binnen in mijn hart hoop ik dat als het mijn tijd is ik er ook zo tegen aan mag kijken. Dat de dood iets moois is en vredig.
We rijden de hoek om en zijn bijna bij mijn huis. We praten over onze dood. Hoe zouden wij het willen? Op dat moment hebben Kim en ik een conclusie getrokken. De dood is iets onverkoombaars. En als er dan een tijd mag aanbreken dat wij er niet meer zijn willen wij in ieder geval dat onze nabestaanden er vrede mee kunnen hebben. Ik wat voor een zin dit dan ook mag zijn. Ik wil niet op een A4 schrijven wat IK wil als ik dood ben. Ik heb er niks meer aan. Ik wil dat de mensen van wie ik hield dit invullen. Dat zij het zo invullen dat het een dag word vol met momenten, muziek en gedichten waarbij ZIJ aan MIJ moeten denken en heel misschien nog een glimlach tevoorschijn kunnen toveren. Dat is wat ik wil!


Ik zeg kim gedag en gooi de deur achter me dicht. Ik loop het plein op en laat van alle emoties mijn sleutels uit me handen vallen. Ik raap ze op en zodra ik weer recht sta bedenk ik me dat ik voor voorlopig weer genoeg heb nagedacht over de dood. Ik ben Carmen niet! Nee gelukkig niet... Ik ga nog lekker leven en nog lekker genieten. Ja heerlijk, dat is mijn doel!!!! Niks dood, LEVEN!


Tranen op haar wangen
Verdriet op haar gezicht
Radeloze ogen
Glanzend in het licht
Kom hier en stop met huilen
En veeg je tranen weg
Veilig in mijn armen
En geloof me als ik zeg
We hebben altijd nog elkaar
Toen zei ze ssssssst
En ze fluisterde door haar tranen heen
Je hebt alles al gezegd
Gedicht uit het boek van Kluun