Ik heb het altijd al zo iets raars gevonden hoor. Zo een 8 jaar van mijn jeugd ging ik met mijn familie elk jaar op vakantie in Zeeland. Het was altijd dikke pret want na een paar jaar had ik vriendjes die ook elk jaar weer terug kwamen. Wij speelden altijd rondom de camping waar we elk jaar naar toe gingen. Vooral lekker over de camping scheuren, vliegeren, kastelen bouwen en lekker rennen waren favoriet. De camping lag vlak aan zee en dat was natuurlijk geen straf. Als ik en mijn vriendjes hadden besloten even te gaan spelen in de duinen dan deden we dat gezellig. We trotseerde de enorme trap met wel meer dan honderd tredens om zo op het strand te komen. Vaak gingen we dan fietsen in de duinen. We fietsten altijd net zolang door totdat we aan het eind kwamen van die lange rij stranden en dan werd het spannend. Met enige spanning in onze kleine lijfjes fietsen we wat zachtjes door om niet te erg op te vallen. Eenmaal aangekomen stapten we van ons fiets en legde deze voorzichtig in de duinen. Half giechelt en sssst roepend naderde we ons doel. We bleven natuurlijk staan want de kans dat iemand ons zou zien was erg groot en dan moesten we wel zo snel mogelijk weg kunnen rennen. Minuten stonden we te kijken wat al die mensen op dat deeltje strand aan het doen waren. Het leek eigenlijk veel op wat de andere mensen op de andere stranden ook deden: zich insmeren, lekker baden, met de voetjes door het water, potje tennissen en wat lekker zonnen. Gefascineerd keken we dan naar de rond dwarrelende mensen omdat het toch een gek gezicht bleef.
Ondanks dat ik het echt wel een keer had gezien bleef ik het toch maar roepen. Tot de dag van gisteren, “Nee mam ik ga niet mee! ik moet er niet aan denken aan al dat gedoe, Nee ik vind dat gewoon niet prettig” Jaren probeerden mijn moeder mij er van te overtuigen dat het een heerlijk gevoel was. Ze zei dan: “Anne dat is echt het toppunt van vrijheid” ik keek haar dan zuchtend aan en rolde met mijn ogen. Het zal wel mam dacht ik.
Maar toen kwam het, de dag die er toch een keertje aan zat te komen. Mijn zus en ik hadden al onze moed bij elkaar geraapt. Het werd toch weleens tijd. Beide in de 20 en nog steeds groentjes. Met elk vleugje zelfvertrouwen die nog in onze donder zat hadden we al dagen onze verbeeldingen de vrije loop gelaten. Wat nou als het vreselijk tegen valt? Of als we echt de vreselijkste dingen zien? want echt eromheen kunnen we niet. Nee zeiden Loes en ik tegen onszelf we gedragen ons dapper en vooral zo zodat het lijkt dat het voor ons doodnormaal is en wij hier veel vaker aan deel hebben genomen.
Samen scheurde we in de dikke audi van Bart richting het noorden. Tja in die knots van een auto waren we er al in 40minuten. Eenmaal geparkeerd beginnen onze handjes en beentjes lichtelijk te knikken van de zenuwen. “Pff zullen we naar huis?” vraag ik aan Marloes. Maar die pakt met een ruk haar tas uit de auto en zegt tegen me: “Nee Ann vanaf nu alleen nog maar positief!” en loopt richting de deur. Met mijn lichtelijke paniek oogjes en zwabber beentjes loop ik mijn zus achterna en bedenk mij: daar gaan we dan!
Eenmaal binnen is de sfeer gemoedelijk en voel ik een vlaag van rust over mij heen komen. Een heerlijke geur van mint en kruiden komt mij te ge moed. Nog onwennig loop ik in mijn oranje vachtje met badslippers. Loes en ik kijken elkaar aan het word nu toch echt tijd voor wat actie. Met opgeheven hoofd en stoere blik vervolgen wij onze weg naar de twee klapdeuren waar de vachtjes wereld word gescheiden van die andere onbekende wereld. Als twee volleerde leerlingen duwen wij de deuren open en richten ons op de ruimte die komen gaat. Het is rustig in de ruimte. De mensen zitten gezellig te kletsen of te genieten van de rust. Ik zie mijn zus met wat grote ogen om zich heen kijken. “Waar zullen we als eerste heen?” vraagt ze. Ik kijk wat rond en zeg “ja ik heb eigenlijk geen idee wat een goede starter is” Met een stoere blik kijken we de ruimte rond en komt Marloes tot de conclusie dat de stoomgrot het beste is om mee te beginnen. “Niet te opvallend” zegt ze. Samen lopen we richting de ruimte en vangen onderweg wat blikken van passerende mannen en vrouwen. Voor de ingang blijven we stil staan en halen we diep adem. We kijken elkaar aan en daar gaan we dan. Met het grootste lef die ik ooit in mijn donder heb gevonden doe ik mijn slippers uit en laat ik het oranje gewaad van mijn lichaam zakken. Godver Anne denk ik bij mijzelf je moet het nu echt doen. Ik pak de deurknop trek de deur open en met een stoere blik ga ik in het stomende bad zitten. Marloes ploft naast mij neer en we beginnen wat te kletsen. Langzaam stromen er wat mensen binnen en gaan er weer wat mensen weg. Het is eigenlijk zo gewoon. Net alsof je met je emmer en schepje aan het strand zit te spelen. Genietend van het water en de heerlijke geur die hier vanaf komt. Lachend kijk ik mijn zus aan en zeg: “ Vind je ook niet Loes, het valt reuze mee dat in je blote kont naar de sauna?” Ze begint te glimlachen en zegt: “Ik voel me heerlijk, ik wou dat ik het veel eerder had gedaan” Shit bedenk ik me. Had mijn moeder toch gelijk!
Al die tijd dat ik als klein kind daar raar naar zat te kijken en later toen ik groot werd er niks van wou weten. De hele godganse tijd had ik het gewoon normaal kunnen vinden. Wat nou gluren bij de buren in de duinen? Ach ik troost mijzelf maar met de gedachten dat ik nog maar een kind was.
Ik bedenk me dat ik blij ben dat ik het gedaan heb en dat ik trots op mijzelf ben en op mijn zus dat wij dit overwonnen hebben en het recht in de ogen hebben gekeken.
Opeens staat de man naast ons op en lacht wat vriendelijk naar ons. Ik kijk Marloes aan en zij naar mij en zodra de man de ruimte uit loopt weet ik dat mijn zus het zelfde denkt als ik: Die man weet echt niks van tuinieren!
